Oorspronkelijk was de Serpenoise Poort een groot gewelf in de stadsmuur dat de zuidelijke grens van de Gallo-Romeinse stad markeerde. In 1903 leidde de ontmanteling van de stedelijke vestingwerken tot de verplaatsing en herinrichting ervan. De Duitse autoriteiten brachten het terug tot ongeveer een kwart van zijn omvang en bekroonden het met vier hoektorens, afkomstig van de oude vestingwerken. Dit symbolische teken in de stad blijft een monumentale bezienswaardigheid, een herinnering aan vroegere tijden dankzij de gegraveerde inscripties die herinneren aan episodes uit de geschiedenis.